Besparen op de eigen bijdrage in de zorg.
Bij langdurige opname in een zorginstelling krijgt u te maken met een eigen bijdrage. Deze kan oplopen tot € 2.954,40 per maand.
Het kan nogal oneerlijk voelen dat 2 personen met hetzelfde inkomen niet hetzelfde betalen voor dezelfde zorg.
Dat kan veroorzaakt worden doordat één van beiden zuinig geleefd heeft en nu wat vermogen heeft en de ander niet.
Daarom zal ik in een adviesgesprek over testamenten vrijwel altijd de opeisbaarheid van de kindsdelenter sprake brengen. Dat betreft de erfdelen van de kinderen die zijn verkregen bij het eerste overlijden van een ouder. Waarom doe ik dat?
Wanneer de langstlevende ouder in een zorginstelling wordt opgenomen, daalt vaak de persoonlijke behoefte aan geld, terwijl het vermogen wél meetelt voor de eigen bijdrage in de zorg. Door in het testament te bepalen dat het erfdeel van de kinderen opeisbaar wordt bij opname in een zorginstelling, kan een deel van het vermogen tijdig aan de kinderen worden uitgekeerd. Dit biedt financiële ruimte en flexibiliteit, juist in een periode waarin zorg centraal staat.
Wat doet vermogen met de eigen bijdrage in de zorg?
De eigen bijdrage voor de zorg vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz) wordt berekend door het CAK. Die bijdrage hangt af van iemands inkomen én vermogen (spaargeld en overige bezittingen min schulden in box 3). Het idee is dat mensen die dat kunnen betalen, een groter deel van hun zorgkosten zelf bijdragen. Maar wat betekent dat in de praktijk?
Een voorbeeld uit het echte leven
Mevrouw De Vries is 82 jaar en woont sinds kort in een zorginstelling. Ze ontvangt alleen AOW en heeft geen spaargeld. Haar maandelijkse eigen bijdrage is dan ongeveer € 1.016 per maand.
Een vriendin van haar, mevrouw Van Dijk, heeft dezelfde leeftijd en ontvangt eveneens alleen AOW. Het enige verschil is dat zij in de loop der jaren, door zuinig te leven, € 400.000 aan spaargeld heeft opgebouwd. Zij betaalt een eigen bijdrage van ongeveer € 2.006 per maand.
Hoe kan dat verschil ontstaan?
Het vermogen telt mee in de berekening van de eigen bijdrage. Het CAK kijkt naar het inkomen (zoals AOW of pensioen) én naar het vermogen boven een vrijgesteld bedrag. Dat vermogen wordt omgerekend naar een zogenoemd fictief inkomen: een vast percentage (op dit moment 4%) van het vermogen boven de vrijstelling wordt bij het inkomen opgeteld. Zo lijkt het voor de berekening alsof iemand met spaargeld méér inkomen heeft. Hoe hoger dat “papieren inkomen”, hoe hoger de eigen bijdrage.
De bedoeling van het systeem
De achterliggende gedachte is dat mensen met vermogen kunnen bijdragen aan hun eigen zorgkosten, zodat de zorg betaalbaar blijft voor iedereen. Toch voelt het voor veel mensen als een boete op sparen: zij hebben hun hele leven zuinig geleefd en zien dat juist dat spaargeld de maandelijkse kosten van hun zorg verhoogt.
Kunt u hier iets aan doen?
Het is verstandig om tijdig stil te staan bij de financiële gevolgen van langdurige zorg. Met estate planning, schenkingen of het spreiden van vermogen kan soms worden bereikt dat de eigen bijdrage in de toekomst lager uitvalt. Een goede adviseur helpt om de balans te vinden tussen zorg, zekerheid en vermogen. Zo weet waar u aan toe bent en dat uw keuzes passen bij uw persoonlijke situatie.
Kanttekeningen en aandachtspunten
- Het maximum van de hoge eigen bijdrage kan voor 2026 anders zijn dan het maximum bedrag in 2025 (€ 2.954,40)
- De toetsbedragen voor vermogen en mogelijk andere aftrekken kunnen wijzigen in 2026.
- Het CAK rekent op basis van het inkomen van 2 jaar terug. Zorg dus dat u het juiste inkomensjaar gebruikt.
- In sommige uitzonderingssituaties kan geen hoge, maar lage eigen bijdrage gelden (bijv. als de partner nog thuis woont).
- Het is verstandig om de rekenhulp van het CAK te gebruiken zodra de 2026-versie beschikbaar is en de uitkomst te bespreken in het kader van estate-pla nning of vermogensplanning.